Podium

Brede samenwerking rond duurzame energie

Hoe kunnen hbo-instellingen met elkaar samenwerken rond het thema duurzame energie? Over één ding lijken lectoren en docenten het in ieder geval eens: ‘We moeten van elkaar weten wat we doen en beschikbare kennis ontsluiten.’

De Hogeschool Utrecht stond woensdag 14 juni in het teken van duurzame energie. Om precies te zijn: duurzame steden. Bezoekers van de conferentie Smart Sustainable Cities zagen hoe de stad van de toekomst wordt vormgegeven. Ze kregen een rondleiding door een energielab, hoorden hoe visionair Thomas Rau een paspoort voor bouwmaterialen ontwikkelt en woonden een prijsuitreiking voor energiestudenten bij.

Maar niet alleen de toekomst van de stad kwam aan bod. Docenten en lectoren van verschillende hogescholen kropen bij elkaar aan tafel, om de toekomst van energieonderzoek en -onderwijs te bespreken. In een vergaderzaal zaten afgevaardigden van het lectorenplatform Urban Energy, Lectorenplatform EnergieVoorziening in Evenwicht (LEVE), Lectorenplatform BioBased Economy, de Topsector Energie en het docentenplatform Teachers Learning in Energy. De centrale vraag: hoe kunnen deze partijen met elkaar samenwerken?

Voordat die vraag beantwoord werd, benadrukte Marsha Wagner van de Topsector Energie het belang van samenwerking. Op het scherm verschenen krantenkoppen, met de centrale boodschap: bedrijven hebben een tekort aan goed opgeleide energieprofessionals. Dat tekort slinkt niet vanzelf. Integendeel. Door de transitie naar duurzame energie is een groeiende behoefte aan professionals met een nieuw soort kennis en vaardigheden. ‘Dit is waar we het allemaal voor doen’, aldus Wagner.

Mede om te zorgen dat hbo-onderwijs goed aansluit op de uitdagingen in het werkveld, doen lectoraten op hogescholen onderzoek met bedrijven en overheden. Kennis die voortkomt uit onderzoek vloeit vervolgens terug in het onderwijs. Onderzoek, kennis en contacten worden ook nog eens gebundeld, door middel van lectorenplatforms. Hogescholen formuleren gezamenlijke visies en werken samen aan projecten. Zo richten de lectoraten achter het platform Urban Energy zich op energieneutrale steden en focust LEVE op energie-evenwicht. De lectoraten achter LEVE zetten zich in voor de beschikbaarheid van betaalbare duurzame energie op alle tijdschalen.

Nu is de vraag: kunnen lectoren- en docentenplatformen zich aan elkaar verbinden? En wat levert die verbinding dan op? Jan Oosting, projectleider van Teachers Learning in Energy, stelde dat het werk op hogescholen effectiever wordt als lectoren en docenten hun activiteiten bundelen. ‘Kunnen we dingen samen gaan doen, zodat we die niet meer apart hoeven te doen?’ Ivo Opstelten van lectorenplatform Urban Energy pleit in ieder geval voor meer kennisdeling: ‘We moeten inzichtelijk krijgen wat iedereen doet. Dat is misschien stap 1.’

Kennisdeling is waardevol, liet Douwe-Frits Broens van het lectorenplatform BioBased Economy weten. ‘We willen mensen overtuigen van het nut van bio-energie. Om dat voor elkaar te krijgen, moeten we de meerwaarde laten zien. Wat zijn de overtuigende argumenten? Om je meerwaarde aan te tonen, moet je ook verstand hebben van oplossingen waar je je tegen afzet. Dan kun je een vergelijking maken.’

Tinus Hammink, betrokken bij het lectorenplatform LEVE, ziet nog een voordeel van samenwerking. ‘Als we – met lectoren, docenten en de Topsector Energie – tot een gezamenlijk netwerk komen, dan krijgen we meer voor elkaar. Dan ontstaat een gevoel van urgentie. We kunnen gezag aan elkaar ontlenen.’ Brede samenwerking kan ervoor zorgen dat veranderingen in het onderwijs gemakkelijker worden doorgevoerd. Bovendien maakt het de hogescholen een betrouwbare gids, op de weg naar een duurzame energievoorziening.

Deze visie sluit aan bij het project Teachers Learning in Energy. Binnen dit project zorgen docenten dat kennis over duurzame energie beschikbaar komt en dat docenten op hogescholen meer gebruik maken van elkaars data, faciliteiten en bedrijfsnetwerken. De docenten ontwikkelen bovendien een minor, waardoor studenten een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de energietransitie. Het onderwijs voor de minor wordt deels samengesteld met informatie uit onderzoeksprojecten.

Dankzij de samenwerking tussen lectoren en docenten wordt onderwijs afgestemd op de uitdagingen die de energietransitie met zich meebrengt. Niet per hogeschool, maar Nederland-breed. Deze ontwikkeling zorgt voor toekomstgerichte energieprofessionals. En dat is maar goed ook. Want, zoals Marsha Wagner van de Topsector Energie aan het begin van de bijeenkomst benadrukte: ‘Dat is waar we het allemaal voor doen.’ Op 29 november, tijdens de jaarlijkse werkconferentie van de Topsector Energie, komen de platformen opnieuw bij elkaar om de bredere samenwerking vorm te geven.